Hoge huishoudkosten

Printvriendelijke versie

In een akte van huwelijkse voorwaarden staat meestal ook een artikel over de huishoudkosten. Veel echtparen die bij de notaris zitten om hun huwelijkse voorwaarden te bespreken, wuiven het onderwerp een beetje lachend weg, als de notaris erover begint. Dat regelen zij wel onderling! Toch is het zinvol er iets over af te spreken.

Meestal wordt in de akte van huwelijkse voorwaarden aangesloten bij de bestaande situatie van het stel. De partners dragen ieder een deel bij aan de huishoudpot, en daarbij is de inkomensverhouding meestal de maatstaf. Verdient de ene partner het dubbele van de andere partner? Dan draagt de meestverdienende ook het dubbele bij aan de huishoudpot. Het voordeel van deze algemene formule is, dat de formule lang houdbaar blijft! Hoe de inkomens van de partners zich ook ontwikkelen in de toekomst, de bijdrage aan de huishoudpot houdt gelijke tred.

Een partner die op enig moment geen inkomsten meer heeft weet op deze manier ook zeker dat de ander zorgt voor de kosten van de huishouding. Dit is niet alleen een uitvloeisel van de wet, waarin staat dat echtgenoten elkaar ‘het nodige moeten verschaffen’, maar ook een mooie uiting van de solidariteitsgedachte in een huwelijk.

Soms zijn de inkomens van de partners niet voldoende om de huishoudkosten te betalen. Dan bepalen de huwelijkse voorwaarden meestal dat de partners naar rato van hun vermogens gaan bijdragen.

Een echtpaar dat tot de conclusie kwam dat zowel het inkomen als het vermogen niet voldoende was om de huishoudkosten van te betalen, stond onlangs bij de Hoge Raad, Nederlands hoogste rechtscollege. De man had een lening gesloten bij zijn eigen bv om de kosten van de huishouding te kunnen betalen. Volgens de rechter, brengt de redelijkheid en de billijkheid mee dat partijen deze schuld ieder voor de helft moeten dragen.

Wilt u meer weten over een huishoudkostenregeling in huwelijkse voorwaarden? Neem gerust contact op met ons kantoor voor het maken van een afspraak.

Bron: Hoge Raad 4 oktober 2019, nr. 18/03265, ECLI:NL:HR:2019:1532.